Huizen bouwen en renoveren in 2009
In mei 2009 vertrokken de vrijwilligers van Make Sense! weer naar Bosnië om enkele krakkemikkige huisjes op te knappen. En we maakten een start met het bouwen van een huis voor de familie van Ceça, over wie je elders op deze site kunt lezen.
De huisjes van psychiatrische, zelfstandig wonende mensen hebben we in één week opgeknapt en waar nodig hebben we bedden, banken en gasfornuizen vervangen of aangeschaft. Alle materialen kopen we ter plekke in bij Bosnische groothandels, op die manier stimuleren we de lokale economie.
Om je een beeld te geven van de situatie waarin deze mensen wonen, vind je hier wat meer informatie die we kregen van Sladja, onze contactpersoon bij het Public Health Center van Doboj.
Mudhouse Family
In een meer dan honderd jaar oud lemen huisje - zie foto links - wonen Dusan (52) en Marija (54) al vijftien jaar. Het oude huisje stort steeds verder in en het dak is verrot. Dusan is de eigenaar van het huisje. Marija eet heel erg weinig en is zwaar depressief. Dusan is in de oorlog invalide geraakt bij een bomexplosie, hij is ook zwaar depressief. Ze hebben nauwelijks te eten en geen geld voor medicijnen. Dit beschouwen zij ook als hun grootste probleem.
De volgende verzoeken zijn voor de Mudhouse Family vanuit Doboj ingediend: reparatie van het dak, meubels, voedsel, medicijnen en andere reparatie werkzaamheden.
Toen wij in mei 2009 het Mudhouse bezochten bleek het in zo’n miserabele staat dat er aan het huis zelf niets gedaan kon worden. Op het moment dat we daarmee aan de gang zouden gaan, zou het huis kunnen instorten. Drie van onze vrijwilligers hebben geld ingezameld en hiervoor is voedsel gekocht. Van Sladja vernamen wij dat het Public Health Center inmiddels zelf de medicijnen van Maria en Dusjan volledig verzorgt. Make Sense! heeft voor hen een kast gekocht, een bedbank op maat, een vloerkleed voor op de aarden vloer en spulletjes om het armoedige huis een beetje op te fleuren. Drie vrijwilligers zijn twee dagen bezig geweest en hebben op het talud een trap gemaakt zodat Maria, die slecht ter been is, zonder gevaar bij haar voordeur kan komen. De bedbank en kast zijn later door de Sociale Dienst van Doboj in het huisje geplaatst.
Protective House
Tien jaar geleden is men in Bosnië-Herzegovina begonnen met het hervormen van de geestelijke gezondheidszorg. Een van de doelen was om de grote psychiatrische ziekenhuizen te sluiten. De meeste patiënten zaten er al meer dan tien jaar. Hun sociale- en leefvaardigheden waren niet of nauwelijks meer aanwezig. Men ging over naar ‘begeleid wonen’ projecten, maar de kosten hiervan bleken te hoog. Het enige overgebleven ‘begeleid wonen’ huis staat in Doboj, omdat het Public Health Center Doboj en Center of Mental Health dit nog met enthousiasme voor zover mogelijk ondersteunt. Het huis heeft een capaciteit voor vier personen. Er wonen er op dit moment drie: twee vrouwen en een man. Zij hebben hun maximale rehabilitatie bereikt, maar ze hebben geen familie om naar terug te keren en daardoor geen andere plaats om te leven. De mensen in het Protective House zijn alle drie oorlogsvluchtelingen.
Waar deze mensen behoefte aan hadden toen wij arriveerden in mei 2009 is onder meer een zitbank (de huidige bank zit vol kuilen en men slaapt hier ook op); drie bedden inclusief matrassen (huidige matrassen zijn zwaar vervuild en vol kuilen), een gasfornuis inclusief oven (huidige is brandgevaarlijk en functioneert niet echt meer) en sanitair voor onder meer een douche (is niet aanwezig).
Aan deze verzoeken wilden wij natuurlijk graag voldoen! Twee van onze vrijwilligers bezochten samen met de ‘rechterhand’ van Sladja (Public Health Center Doboj) dit project in mei 2009. We hebben een houtoven, bedbanken en verf gekocht bij lokale leveranciers. Het houtwerk, de muren en plafonds zijn door ons geschilderd en de kachel is geplaatst door mensen van de Sociale Dienst van Doboj.
Balada
Onze contactpersoon Sladja van het Public Health Center in Doboj vertelde ons begin 2009 over Balada (betekent ballade en is zijn bijnaam). Balada is een 34-jarige man met schizofrenie. Hij woont in een eenpersoonskamer zonder water, elektriciteit en verwarming en ramen. Zijn ouders hebben zelfmoord gepleegd toen hij klein was. Hij is opgevoed door zijn oma die in de oorlog is gestorven. Vreemde mensen hebben haar appartement in beslag genomen en een deur dichtgemetseld en deze kamer kon Balada gebruiken. In de winter wilde hij zichzelf warm houden. Daardoor vloog het appartement in brand. Het Public Health Center heeft geprobeerd wat te renoveren. Sladja verzocht ons of wij een paar basisvoorzieningen konden regelen: een bed inclusief matras, beddengoed, tafel, stoelen en een bank.
Toen wij in mei 2009 met Sladja bij hem langsgingen hoorden wij dat hij kort voor onze komst opnieuw zijn appartement in brand had gestoken. Het huis bleek een puinhoop.
Balada kreeg opdracht om zijn flat op te ruimen. Wij zouden later op de dag dan nogmaals gaan kijken. Helaas, ’s middags was er nog niets gebeurd. Na een gesprek met de psychiater van Balada werd besloten om niets aan de flat te doen, omdat Balada naar alle waarschijnlijkheid diezelfde week weer zou worden opgenomen.
Geen inkomen
Het algemene probleem bij al deze mensen is dat ze geen of onvoldoende inkomen hebben. De mensen van het Protective House en het Mudhouse verbouwen zoveel als mogelijk hun eigen groenten. Bij het Protective House staat zelfs een kleine kas. Voor deze mensen zouden zaad voor groenten, fruitbomen, kippen en geiten hun leven kunnen verbeteren. Vooral voor Maria en Dusjan. Zij kunnen de groenten en eieren misschien verkopen en zo in een stukje levensonderhoud voorzien. Want met het schoonmaakwerk dat ze bij andere gezinnen doen, komt er onvoldoende geld binnen. Daarom is Make Sense! in mei 2009 in gesprek gegaan met de mensen van het Public Health Center om te kijken of we ’de hengel kunnen geven in plaats van de vis’. Wie weet als ze groenten kunnen verbouwen of een koe, geit of kippen hebben, dat ze zichzelf kunnen onderhouden. In mei 2010 onderzoeken we deze mogelijkheden verder samen met de mensen van het Public Health Center.
